 |
Wat is Cystic
Fibrosis ?
Cystic Fibrosis is de meest frequente,
levensbedreigende erfelijke ziekte in ons land. De ziekte is
niet besmettelijk en treft zowel meisjes als jongens. Het is een
ernstige chronische ziekte, waarvan het verloop verschilt van
persoon tot persoon. Bij Cystic Fibrosis produceren de klieren
taaie, kleverige slijmen, waardoor op verschillende plaatsen in
het lichaam problemen kunnen ontstaan. Meestal zijn de
luchtwegen en het spijsverteringsstelsel aangetast. In de
volksmond wordt het ook wel vaak taaislijmziekte genoemd. |
 |
Wat zijn de
symptomen van Cystic Fibrosis ?
De ziekte kan zich, van bij de geboorte of later,
uiten op verschillende manieren. Cystic Fibrosis patiënten
ondervinden één of (meestal) meer van de volgende problemen:
- een chronische hoest
- veelvuldig, moeizaam opgeven van slijmen
- regelmatige luchtweginfecties -en ontstekingen
- een frequente, vette, erg vloeibare en slecht ruikende
stoelgang
- maag- en darmproblemen
- groeiachterstand en onvoldoende gewichtstoename
- abnormaal veel zout in het zweet (de zoute kus)
Op latere leeftijd kunnen ook diabetes (suikerziekte) en
leverstoornissen optreden. |
 |
Wanneer werd
Cystic Fibrosis ontdekt ?
Een onderzoek situeert de oorsprong van de ziekte
in de buurt van Turkije en Irak. Men schat de datum van ontstaan
op ongeveer 5000 jaar geleden. In de loop der eeuwen verspreidde
Cystic Fibrosis zich naar het Westen en uiteindelijk naar geheel
Europa, Amerika en Australië. Dichter bij ons vinden we de
ziekte voor de eerste keer terug in geschriften van de 17de
eeuw, waar er gesproken wordt over "de kinderen van de zoute
kus".
De eerste echte beschrijvingen van de ziekte verschijnen in 1936
van de hand van Professor FANCONI. Maar we moeten nog wachten
tot 1953 voor Professor DI SANT AGNESE een specifieke test
ontwerpt om de ziekte te kunnen diagnosticeren: de zweettest. In
1989 komt dan de grote doorbraak: de onderzoeksteams van Dr.
Tsui en Collins in Canada en de V.S. ontdekten het gen dat
verantwoordelijk is voor de ziekte : het zogenaamde CFTR-gen op
chromosoom 7. Dit CFTR- of muco-gen dat in elke lichaamscel
aanwezig is, is defect, omdat er 3 van de 250 000 nucleotiden of
"letters", waaruit het gen gewoonlijk bestaat, ontbreken. Deze
"spelfout" - mutatie genoemd - ligt dus aan de oorsprong van
Cystic Fibrosis.
Sinds 1989 werden al een duizendtal verschillende mutaties die
Cystic Fibrosis veroorzaken ontdekt. |
 |
Hoe wordt
Cystic Fibrosis overgedragen ?
Cystic Fibrosis is een erfelijke ziekte. Aan de
basis van de ziekte ligt dus een defect gen. Cystic Fibrosis is
een autosomaal recessieve ziekte. Autosomaal wil zeggen dat de
defecte genen niet op de geslachtschromosomen liggen, zodat
jongens en meisjes evenveel kans hebben om de ziekte te krijgen.
Recessief betekent dat beide ouders drager moeten zijn, om de
ziekte te kunnen doorgeven. Cystic Fibrosis ontstaat als op het
moment van de conceptie, 2 defecte genen samenkomen. 1 van die
genen is afkomstig van de vader en 1 van de moeder. Meestal
hebben de ouders zelf geen Cystic Fibrosis, zij zijn dragers.
Dit wil zeggen dat zij 1 defect muco-gen hebben. Een kind dat
Cystic Fibrosis heeft, heeft van elke ouder 1 defect gen
gekregen: het kind heeft dus 2 defecte muco-genen. Als beide
ouders drager zijn, is de kans op een kind met Cystic Fibrosis
bij elke zwangerschap 1 op 4. De ziekte is dus
niet besmettelijk. |
 |
Is Cystic
Fibrosis besmettelijk ?
NEE, Cystic Fibrosis is niet besmettelijk.
Alhoewel Cystic Fibrosis patiënten veel moeten hoesten, zijn de
hoest en de andere symptomen niet besmettelijk voor gezonde
personen.
Het betreft hier een genetische ziekte die dus door overerving
doorgegeven wordt en zeker niet door gewoon contact. Ouders
moeten dus niet bang zijn dat hun kind ziek kan worden door om
te gaan met een Cystic Fibrosis patiënt !
|
 |
Is Cystic
Fibrosis een frequente aandoening ?
Cystic Fibrosis is de meest voorkomende ernstige
erfelijke ziekte in Nederland. Elk jaar worden er in ons land
een 50-tal kinderen met Cystic Fibrosis geboren: dit is dus
gemiddeld 1 per week !
Uit statistisch onderzoek blijkt dat 1 op 20 Nederlanders drager
is van het defecte gen en dus de ziekte kan doorgeven aan zijn
kinderen.
|
 |
Hoe kan men
Cystic Fibrosis diagnosticeren ?
De IRT-bloedtest, waarbij de "immuno-reactieve
trypsine" in het bloed gemeten wordt, is op dit ogenblik de
beste beschikbare screeningstest voor Cystic Fibrosis.
Het bloed voor deze test wordt meestal verkregen door een
hielprik in de materniteit, vaak op de 5de levensdag. Deze
IRT-test is belangrijk als screening-instrument maar niet 100%
betrouwbaar. Soms worden kinderen met Cystic Fibrosis niet
ontdekt of is een test positief bij kinderen die de ziekte niet
hebben. Wanneer Cystic Fibrosis vastgesteld wordt, wordt de
IRT-test meestal nog eens herhaald. Als een bloedtest positief
blijkt, moet dit testresultaat bevestigd worden door een
zweettest.
Bij de zweettest wordt het zoutgehalte in het zweet gemeten. Bij
Cystic Fibrosispatiënten is de zoutconcentratie in het zweet 2
tot 5 keer hoger dan normaal. De diagnose "Cystic Fibrosis"
wordt pas zeker wanneer bij twee opeenvolgende zweettests een
zoutconcentratie van tenminste 60mEq/l gemeten worden. De
zweettest is de tot nu toe meest betrouwbare diagnostische test.
Deze test kan in elk universitair ziekenhuis en in de meeste
kinderziekenhuizen afgenomen worden. Door
toediening van een speciaal produkt (Pilocarpine) via een kleine
elektrode wordt de zweetproduktie op de onderarm gestimuleerd en
opgevangen op een doekje. Daarna gebeurt een chemische analyse
van het zweet. De test duurt niet lang en is pijnloos.
Bepaalde ziekenhuizen stellen dat de zweettest vanaf de leeftijd
van 1 week uitgevoerd kan worden, voor zover er voldoende zweet
op de arm aanwezig is (meer dan 50mg per arm). Volgens anderen
is dit maar mogelijk vanaf 2 à 3 maand en biedt de test vanaf 1
jaar zekerheid. De test moet dan wel door een ervaren laborant
uitgevoerd worden in een goed uitgerust laboratorium. De
resultaten kunnen binnen 24 uur bekend zijn.
Tot voor enkele jaren werd vaak de meconiumtest gebruikt voor de
screening van Cystic Fibrosis. Hierbij wordt het eiwitgehalte in
het meconium of darmspek, de eerste stoelgang van een zuigeling
gemeten.
Een belangrijk nadeel van deze test is dat bij meer dan één
derde van de patiënten Cystic Fibrosis niet herkend werd en bij
een kleiner deel ten onrechte Cystic Fibrosis vastgesteld werd.
Wanneer de zweettest positief is of wanneer in een familie
Cystic Fibrosis voorkomt, kan een genetisch onderzoek aangewezen
zijn.
DNA-onderzoek gebeurt op basis van een bloedanalyse. Hoewel de
testresultaten heel betrouwbaar zijn, is de DNA-test maar
beperkt bruikbaar. Bij een routine DNA-onderzoek wordt namelijk
maar naar een tiental genmutaties gezocht, die samen ongeveer
85% van alle in België voorkomende muco-mutaties omvatten.
De DNA-test kan gebeuren door de behandelende arts of in een
Centrum voor Menselijke Erfelijkheid en Genetica.
In zo'n centrum kan je ook met alle vragen rond erfelijkheid en
testen terecht.
Er bestaat ook een prenatale test voor koppels die drager zijn,
zoals ouders die al een kind met Cystic Fibrosis hebben. Zo kan
vanaf de 10de week vastgesteld worden of het kind in de
baarmoeder Cystic Fibrosis heeft of niet. Rekening houdend met
de omstandigheden en ethische overtuigingen, kunnen de ouders
dan beslissen al dan niet over te gaan tot
zwangerschapsonderbreking. |
 |
Welke
problemen doen zich voor op het vlak van de spijsvertering ?
Bij 85 tot 90% van de mensen met Cystic Fibrosis
werkt de pancreas niet goed. De pancreas of de alvleesklier is
een langwerpig, klierachtig orgaan, dat tussen de maag en de
dunne darm ligt. Dit orgaan scheidt een sap af, waarin stoffen
zitten die de spijsvertering bevorderen, de zogenaamde
pancreasenzymen. Bij Cystic Fibrosis worden er onvoldoende van
die enzymen afgescheiden in de dunne darm omdat het taaie slijm
de afvoerkanaaltjes verstopt. Zonder pancreasenzymen is de
vertering van voedsel onmogelijk ! Wanneer er geen extra
pancreasenzymen toegediend worden, kunnen de voedingsstoffen
niet goed uit het voedsel opgenomen worden. Vooral vetten,
vetoplosbare vitamines en eiwitten gaan dan via de stoelgang
verloren. Maar zelfs als er pancreasenzymen ingenomen worden, is
de vertering nog niet helemaal in orde. Het is daarom belangrijk
dat de voeding veel energie en voedingsstoffen bevat, om de
verliezen via de stoelgang te compenseren.
Bij Cystic Fibrosis kunnen een hele waaier van
gastro-enterologische problemen
optreden, zoals
meconium ileus, diabetes en
darmobstructies.
|
 |
Wat gebeurt
er op het niveau van de luchtwegen ?
Als de luchtwegen gezond zijn, produceren de
slijmbekercellen een vloeibaar slijm. Dit slijm bedekt de wanden
van de luchtwegen en zorgt mee voor de zuivering ervan.
Bij Cystic Fibrosis is dit slijm echter taai en kleverig,
waardoor het niet verwijderd wordt zoals het hoort, maar blijft
kleven in de luchtwegen samen met de bacteriën die er zich in
genesteld hebben. Dit kan een voortschrijdende verstopping van
de luchtwegen met zich meebrengen. Bacteriën vinden op die
manier een geschikte voedingsbodem om zich te vermenigvuldigen,
waardoor chronische bronchitis, longinfecties -en ontstekingen
ontstaan. Op termijn treden onomkeerbare longletsels op.
|
 |
Wat houdt de
behandeling van Cystic Fibrosis in ?
De behandeling van Cystic Fibrosis is gericht op
de symptomen. De behandeling probeert problemen op het vlak van
de ademhaling en de spijsvertering te verzachten, te voorkomen
of uit te stellen.
De behandeling is complex. Om longinfecties en -verstoppingen te
voorkomen of te behandelen worden aërosoltherapie,
ademhalingskinesitherapie en eventueel antibiotica
voorgeschreven. Werken aan een goede lichamelijke conditie is
ook een onmisbaar onderdeel van de behandeling. Om het risico op
infecties te beperken, moet men ook een aantal hygiënische
maatregelen in acht nemen.
Voor de behandeling van de spijsverteringsproblemen, moeten de
meeste patiënten dagelijks pancreasenzymen innemen om de
vertering van de voedingsstoffen te bevorderen. Daarnaast wordt
een calorierijk dieet aanbevolen, met eventueel toediening van
voedingssupplementen en vitaminepreparaten. Onderzoek heeft
aangewezen dat er een belangrijk verband bestaat tussen de
voedingstoestand en de longfunctie. Omdat er heel veel
verschillende vormen van Cystic Fibrosis bestaan, zal de
behandeling voor elke patiënt anders zijn. |
 |
Welke voeding
is aangewezen bij Cystic Fibrosis ?
Lange tijd werden vetten geweerd uit de voeding
van de Cystic Fibrosis patiënt. Nu weet men dat juist een rijke,
gevarieerde voeding een bepalende factor is in de strijd tegen
Cystic Fibrosis. Bij Cystic Fibrosis wordt er vaak te weinig
energie uit de voeding opgenomen. Men moet van jongs af aan
proberen de voeding aan te passen om ondervoeding en
groeiachterstand te voorkomen. Hoe beter de voedingstoestand is,
hoe kleiner de kans op longinfecties. Iemand met Cystic Fibrosis
mag alles eten, als de voeding maar voldoende energie en
voedingsstoffen bevat. Vetten zijn hierbij heel belangrijk. De
enige voorwaarde is dat er voldoende pancreasenzymen bij genomen
worden.
De energiebehoefte bij Cystic Fibrosis bedraagt 130 tot 150% van
de normale behoefte. Dit betekent dat een kind of jongere met
Cystic Fibrosis meer moet eten en drinken, dan een kind van
dezelfde leeftijd zonder Cystic Fibrosis, om zo goed mogelijk te
kunnen groeien. De bedoeling is niet zozeer de hoeveelheid
voeding te verhogen, dan wel om zoveel mogelijk energie in de
voeding te steken.
De voeding moet niet alleen calorierijk zijn, ze moet ook
voldoende afwisseling bevatten. Mensen, groot of klein, hebben
een heleboel verschillende voedingsstoffen nodig. Een goede,
evenwichtige voeding kan je nooit bekomen door het gebruik van
slechts enkele voedingsmiddelen. De beste en lekkerste manier om
alle noodzakelijke voedingsstoffen in voldoende mate tot ons te
nemen is veel afwisselen.
Als een gewone calorierijke voeding ontoereikend is om de
patiënt van de nodige energie en voedingsstoffen te voorzien,
kunnen voedingssupplementen (vitamines, mineralen, suikers,
zout, ...) en bijvoeding (calorierijke drankjes) aangewezen
zijn. Meer en meer patiënten krijgen 's nachts sondevoeding
toegediend. Bij de Vereniging kan je deze bijzondere
voedingsproducten bestellen aan sterk verlaagde prijzen.
|
 |
Wat houdt
respiratoire kinesitherapie in bij Cystic Fibrosis ?
Kinesitherapie is er bij Cystic Fibrosis op
gericht opstapeling van slijmen in de luchtwegen, met
verstoppingen als gevolg, te vermijden.
Er worden ademhalingstechnieken aangeleerd om doeltreffender te
kunnen ademen, zodat de hele long geventileerd wordt en het
slijm door de uitgaande lucht losgemaakt en meegevoerd wordt.
Men noemt dit respiratoire of ademhalingskinesitherapie.
De "kiné-oefeningen" moeten meestal meerdere keren per dag
toegepast worden. Regelmatige kinesitherapie is noodzakelijk om
problemen en verergering te voorkomen.
Zeker in periodes van infecties is deze behandeling erg
belangrijk.
De kinesist zal verschillende middelen en methodes gebruiken om
de behandeling en vooral het verwijderen van slijmen
doeltreffend te maken, zoals specifieke ademhalingsoefeningen en
-spelletjes, een geïndividualiseerde, aan het kind aangepaste
drainagetechniek en een geassisteerde
ademhaling.
Bij jonge kinderen wordt soms nog tapotage, een soort
klopmassage, toegepast. Maar internationaal onderzoek heeft
aangetoond dat deze bekloppingen ten hoogste relaxerend,
ontspannend kunnen werken, maar niet bijdragen tot drainage, het
afvoeren van slijmen uit de luchtwegen. Hetzelfde geldt voor de
vibratiemassage, waarbij trillende bewegingen gemaakt worden met
een vibratietoestel of concussor.
Een zogenaamd "longtoilet" door gecontroleerde of actieve
uitademing wordt gezien als de meest doeltreffende methode. Van
jongs af aan kan men autogene
drainage aanleren.
Dit is een methode waarbij men zonder hulp van
derden zijn hoest controleert en door bepaalde
ademhalingstechnieken de slijmen uit de longen losmaakt en naar
boven haalt. Bij baby's en peuters doet men bepaalde
kiné-oefeningen vaak als spelletjes: papiertjes wegblazen, diep
zuchten, doen lachen, ...
Hoewel bepaalde kiné-oefeningen na verloop van
tijd zelfstandig of door de ouders uitgevoerd kunnen worden is
regelmatige bijsturing en opvolging door een kinesitherapeut
noodzakelijk.
Het is belangrijk dat je een kinesitherapeut vindt, die
vertrouwd is met ademhalingstherapie en de medische en
technische ontwikkeling op dit vlak volgt. De vereniging
beschikt over een adreslijst van kinesisten die de nodige
vorming en/of ervaring hebben. Er worden geregeld vormingsdagen
voor kinesisten ingericht door het kiné-comité van de
vereniging. Bij de Dienst families kan je hierover inlichtingen
vragen. |
 |
Wat is
aërosoltherapie ?
aërosoltherapie maakt het mogelijk dat een
geneesmiddel door verstuiving rechtstreeks en diep in de longen
gebracht wordt. Dit gebeurt door middel van een aërosoltoestel.
Bij de verstuiving ontstaat een soort damp of nevel, die
ingeademd moet worden. Daarom wordt een aërosoltoestel ook vaak
een "vernevelaar" genoemd.
De behandeling van de luchtwegen is erop gericht het taaie slijm
zo grondig mogelijk te verwijderen. Aërosoltherapie draagt
hiertoe bij door de luchtwegen te bevochtigen en de slijmen in
de longen te verdunnen, zodat ze makkelijker verwijderd kunnen
worden. Dit is belangrijk om problemen te voorkomen in periodes
van infecties.
Bij Cystic Fibrosis worden meestal mucolytica (slijmverdunners),
zoals Mistabron en Lysomucil, en fysiologisch serum verneveld.
Regelmatig worden ook antibiotica toegediend via het
aërosoltoestel.
|
 |
Cystic
Fibrosis en antibiotica ?
Bij een infectie worden bijna altijd antibiotica
voorgeschreven. Er zijn verschillende soorten antibiotica. Welke
soort een Cystic Fibrosispatiënt moet nemen, hangt af van de
ernst van de infectie en de reactie daarop. Soms zal de arts
eerst orale antibiotica voorschrijven (pilletjes of siroop). Het
is ook mogelijk dat de antibiotica via een aërosoltoestel
toegediend moeten worden. Als de infectie niet wijkt, kan een
intraveneuze kuur in het ziekenhuis van een tiental dagen nodig
zijn. Bij zo'n "I.V.-kuur" worden de antibiotica in de ader (dus
in het bloed) gebracht via een infuus. Onder bepaalde
voorwaarden kan die kuur ook gedeeltelijk of volledig thuis
gebeuren.
Als er vaker problemen voorkomen, is het belangrijk regelmatig
een onderzoek van de fluimen, een zogenaamd "sputum-onderzoek",
te laten doen door de behandelende arts. Dan kan men bij een
volgende infectie onmiddellijk een geschikt antibioticum geven.
|
 |
Cystic
Fibrosis en transplantatie ?
Longtransplantatie kan het ultieme redmiddel zijn
voor Cystic Fibrosispatiënten bij wie de gewone behandeling niet
meer helpt. Transplantatie betekent een reële kans op overleven
voor hen. De wachtlijsten en wachttijden zijn lang en er zijn te
weinig geschikte donors, zodat niet alle kandidaten op tijd een
donororgaan ontvangen. Bovendien komen vaak
afstotingsverschijnselen voor. Ook komt niet iedereen in
aanmerking voor deze ingreep. De beste garantie voor de toekomst
van een Cystic Fibrosispatiënt blijft nog altijd een volgehouden
behandeling van jongsaf aan. |
 |
Hoe staat het
met gentherapie bij Cystic Fibrosis ?
Sinds de ontdekking van het CFTR-gen, een 10-tal
jaar geleden, werd de hoop op een definitieve genezing van
Cystic Fibrosis via gentherapie steeds sterker. Cystic Fibrosis
wordt immers veroorzaakt door een fout in dat CFTR-gen.
Men hoopte toen dat er
tegen het jaar 2000 een oplossing gevonden zou zijn. We zijn
ondertussen het nieuwe millennium binnen getreden, maar
gentherapie is nog altijd geen werkelijkheid. Bij gentherapie
wil men het defecte gen vervangen door een gezond gen, met de
bedoeling de gewone werking ervan te herstellen. Er wordt
wereldwijd nog altijd gewerkt aan die mogelijkheid, maar er zijn
een aantal vragen en problemen die nog moeten opgelost worden.
Ten eerste is er het probleem van de vector: het voertuig
waarmee men het gen in de cel kan inbrengen. Er wordt vooral
onderzoek gedaan met virussen en lipiden (vetbolletjes). Het
onderzoek is al goed gevorderd en belangrijke problemen zoals
ontstekingsgevaar bij gebruik van virussen zijn al omzeild, maar
er blijven toch nog veel moeilijkheden bestaan. Een tweede
probleem is de opname van het gezonde gen in de longcellen.
Longcellen zijn immers zo “geprogrammeerd” dat ze vreemde dingen
niet binnenlaten. Dit probeert men te omzeilen door de gezonde
genen binnen te brengen via het bloed dat rond de long
circuleert. Een ander probleem is dat cellen regelmatig
vervangen worden in het lichaam. Als de gentherapie al werkt,
dan zou men ze dus regelmatig moeten herhalen. Maar dat kan zo
geen groot probleem zijn voor mensen die al “gedrild” zijn in
het dagelijks uitvoeren van een behandeling, zoals
aërosoltherapie.
Alhoewel onderzoekers vooruitgang boeken en
men blijft hopen dat gentherapie op een dag een oplossing zal
bieden voor mucopatiënten, zoekt men meer en meer naar andere
wegen. |
 |
Hoe staat het
met het onderzoek naar het CFTR- of muco-eiwit ?
Het onderzoek
naar de gen-gebaseerde farmaceutische therapie is erg
beloftevol.
Hierbij probeert men niet het CFTR-gen te vervangen, maar de
verstoorde werking van het CFTR-eiwit te beïnvloeden. Het
CFTR-eiwit is een soort chloorkanaal in de celwand, waarlangs
chloride de cel kan verlaten. Dit heeft een invloed op het
zoutwatertransport in en uit de cel.
Bij Cystic Fibrosis kan de werking van het CFTR-eiwit op
verschillende manieren verstoord zijn. Ofwel is er geen eiwit;
ofwel is er te weinig eiwit; ofwel functioneert het aanwezige
CFTR te weinig of te veel.Voor elk van die problemen zoekt men
naar chemische producten die een positieve invloed kunnen
uitoefenen.
-
Beïnvloeden van de eiwitsynthese: soms wordt
er geen of onvoldoende CFTR
aangemaakt. Om dit te corrigeren wordt onder andere
onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van aminoglycides om
door de fouten te lezen die in het RNA zitten en die de
vertaling in eiwit verhinderen.
-
Beïnvloeden van het genproduct, het
CFTR-eiwit: soms is de CFTR wel aanwezig in de cel, maar
wordt het niet of onvoldoende naar de celwand gebracht (waar
het moet dienen als chloorkanaal). Een mogelijke oplossing
hiervoor zijn begeleiders of “chaperones”, moleculen die het
CFTR naar de celwand brengen. Een andere benadering is het
gebruik van moleculen die het CFTR naar de celwand forceren.
- Beïnvloeden van de CFTR-functie: bij
bepaalde mutaties is het (CFTR), wel aanwezig in de cel,
maar vervult het zijn rol van chloorkanaal niet naar
behoren. Voor dit probleem werden al met verschillende
producten, zoals UTP en Genistein, onderzoek verricht met
beloftevolle resultaten.
|
|